Het leven zit vol teleurstellingen; kleine en grote. Teleurstellingen geven verdriet, en verdriet is een gevoel waar wij maar moeilijk raad mee weten. Het liefst duwen wij dat gevoel weg door te rationaliseren.

Mag je bijvoorbeeld verdrietig zijn als jouw bevalling in een spoedkeizersnede eindigde, je een gezond kind kreeg, maar jouw zus al 4 jaar probeert zwanger te worden vooralsnog zonder resultaat?

Als je teleurgesteld en dus verdrietig bent dan voelt je lichaam dat. En als je dat verdriet niet uit, dan slaan jouw cellen dat gevoel op. Als dat vaker voorkomt ontstaat er een poeltje van niet-doorleefd verdriet in je lichaam. In de loop der jaren groeit er een groot meer van niet doorleefd verdriet. Je bouwt een stuwdam om dat meer heen, zodat je er geen ‘last’ van hebt en door kan gaan met je leven. Maar op een stuwdam staat veel druk en het kost veel energie om die stuwdam in stand te houden. Uiteindelijk kan dit gezondheidsschade opleveren; vermoeidheid, hoofdpijn, hoge bloeddruk, maagzweer…

Wat moeten we dan doen met teleurstelling en verdriet?

Uiten. Je moet het uiten door te jammeren en huilen. Alleen, of in het bijzijn van iemand. Niet iemand die zegt “ach, het valt wel mee” of “ach, dat is nu voorbij, het leven gaat weer verder”… dat soort gedachten hebben we zelf al heel vaak. Nee, iemand die er voor je is, die luistert en hooguit zegt “wat naar voor je…”.

Verdriet is een golf (ter vergelijking een wee!); het zwelt aan, het overspoelt je en uiteindelijk zwakt het ook weer af en ebt het weg. Daarna kan je weer verder, dan komt er tijd en ruimte voor de ratio. Dan hoor je mensen vaak zeggen dat het hen heeft opgelucht. Hoeveel keren zo’n golf van verdriet nodig is valt niet te voorspellen. Maar na een aantal keren dit soort golven van verdriet te hebben toegelaten, kan je de teleurstelling of het verlies achter je laten. Dan kan je rustig zeggen; ‘wat jammer, dat het zo gelopen is’.

Het is bijzonder hoeveel er daarmee in een mensenleven kan veranderen!