Als ze de coach hut binnen stapt, is deze meteen gevuld met haar energie. Ze praat rusteloos, ademt hoog en raakt regelmatig buiten adem. En nog voor we goed en wel zitten is zij haar verhaal al begonnen: 

“…de vorige zwangerschap is goed verlopen… tot 40 weken… toen kreeg ik angsten… dat mijn baby in mijn buik dood zou gaan… ik ging steeds op de bewegingen van mijn kindje in mijn buik  letten… maar dat gaf eigenlijk nooit genoeg zekerheid … de verloskundige probeerde mij gerust te stellen… maar ik werd daar alleen maar meer zenuwachtig van… en ik hield het niet meer vol en ben toen bij 40+6 weken zwangerschap ingeleid…  toen kreeg ik rug weeën, en kon ze niet meer wegzuchten… dus vroeg ik om een ruggenprik, terwijl ik dat van tevoren nooit had gewild… 

… en nu, in deze tweede zwangerschap, begint mijn angst al bij 34 weken.. weer slapeloze nachten.. en nu ben ik bang dat de vorige keer zich zal herhalen… maar nu nog eerder…

… ik word zo gek van mijzelf…en dus zoek ik hulp…”

Ze kijkt me onrustig aan. 

‘Goh’, zeg ik, ‘dus je bent erg bang dat de baby in jouw buik dood zal gaan.’

‘Ja’

‘Dat snap ik’ zeg ik.

Ze kijkt me een beetje verdwaasd aan.

‘Ja’, vervolg ik, ‘want zwanger zijn is hartstikke spannend en eng. En niemand kan jou garanderen dat het goed zal gaan. Ook ik niet.’

Haar blik verandert.

‘Zwanger zijn ís eng. Er is bijna nooit iets in het leven waar je je zo verantwoordelijk voor voelt en dat zó helemaal alleen op jou neerkomt. Jij draagt dat kindje in jouw buik. Jij voelt de bewegingen wel of niet, jij bent verantwoordelijk om op tijd aan de bel te trekken als er iets niet goed zou kunnen zijn. En niemand kan jou de garantie geven dat alles goed zal komen. Niet je man, niet je moeder, niet je verloskundige, niet de gynaecoloog en ook ik niet. Dat is hartstikke eng. Bang zijn in de zwangerschap is heel normaal.’ 

Ze schuift op haar stoel. ‘Goh, dit antwoord had ik niet verwacht…’ zegt ze. 

‘Vind je het erg dat je zo bang bent?’ vraag ik. 

‘Ja. Ik vind het heel vervelend. Ik wil er van af. Ik wil niet bang zijn.’

‘En als ik je zeg dat het normaal is om bang te zijn in de zwangerschap. Hoe voelt dat?’

‘Iets rustiger.’ zegt ze vertwijfeld. 

Ik leg haar nog een keer uit dat angst hoort bij zwanger zijn. Dat de angst er mag zijn en ze de angst niet hoeft weg te drukken. Maar dat het bij haar in een té grote vorm aanwezig is. Ik geef haar handvatten om de thermostaat van de angst, die bij haar regelmatig (op een schaal van 0 tot 10) op 10 staat, naar beneden te draaien. Ik vertel haar hoe ze haar man kan instrueren om haar te helpen als ze erg bang is. 

Dan doe ik nog een meditatie oefening met haar. Het brengt haar aandacht meer in haar lichaam, in plaats van in haar hoofd. Ze vindt het confronterend. ‘Dit deed ik vroeger ook regelmatig. Ik ken het. Het helpt me. Maar op de een of andere manier ben ik het helemaal vergeten.’

Ik geef haar een link mee met geleide meditaties, om thuis te kunnen doen. 

Als het gesprek zo goed als rond is, zegt ze; ‘dit had ik écht niet verwacht. Ik had gedacht dat je met statistieken en kansberekeningen zou komen. Dit is zo’n ander gesprek geworden dan wat ik had gedacht.’ Ze lacht. Haar energie is een stuk rustiger, haar ademhaling dieper. 

We spreken af dat ze aan de bel trekt als dat nodig is. 

Ik hoor niets van haar. 

Tot vorige week:

Ze appt; ‘ik lig zo blij met mijn nieuwe baby in het kraambed! De laatste weken zijn rustig verlopen. Ik ben 5 dagen na mijn uitgerekende datum bevallen. Ik heb elke dag gemediteerd. Ik heb jouw oefeningen gedaan. Mijn man heeft me zo goed geholpen. De thermostaat hield ik op 5. Ik ben supergoed bevallen. Ik voel me zo blij en trots! Dank voor je steun.’